Zinsontleding - lijdend voorwerp - 001

Vul bij elke zin het lijdend voorwerp in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.
Kom je er niet uit? Klik dan onderaan op Hint

Klik hier voor meer oefeningen.
1) Oma nam een bos bloemen mee voor mijn moeder.
lijdend voorwerp =

2) De juf vertelde in de klas een verhaal.
lijdend voorwerp =

3) We bespraken het probleem uitvoerig.
lijdend voorwerp =

4) Hoorden de waakhonden een geluid?
lijdend voorwerp =

5) Mijn moeder gaf twee euro aan de collectant.
lijdend voorwerp =

6) In het restaurant eet ik vaak een bord soep.
lijdend voorwerp =

7) De muzikanten speelden gisteravond een nieuw nummer.
lijdend voorwerp =

8) Floor heeft mij de pen weer teruggegeven.
lijdend voorwerp =

9) In het weekend drinkt Elin soms een glas sinas.
lijdend voorwerp =

10) Maurits gaf de bal terug aan Niels.
lijdend voorwerp =