Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 010

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (geeuwen) Het publiek toen de toespraak te lang duurde.

2) (optillen) De kraanwagen de containers op de vrachtwagens.

3) (optutten) Marloes zich op voor het feest waar ze naar toe ging.

4) (melden) Het journaal dat er slecht weer op komst was.

5) (verzachten) Die snoepjes de pijn in je keel.

6) (klotsen) Tijdens de storm het water tegen de kade,

7) (afremmen) De trein af toen het perron in zicht kwam.

8) (vergoeden) de verzekering alle gemaakte kosten?

9) (vastnieten) De juf de bladzijden van mijn schrift weer vast.

10) (aanraden) De spelers de trainer aan om de nieuwe spits op te stellen.