Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 009

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (gebeuren) Wat er gisteren na schooltijd?

2) (bezorgen) Die problemen ons allemaal hoofdpijn.

3) (poten) De boer zijn aardappelen in maart en april.

4) (sparen) De overvallers gelukkig alle gijzelaars.

5) (knoeien) Marc met die lijmpot of heb jij dat gedaan?

6) (verzekeren) De strandwacht ons dat we veilig konden gaan zwemmen.

7) (stranden) De reizigers door de stakingen op het vliegveld.

8) (zuchten) Mijn moeder toen ik weer mijn gymtas was vergeten.

9) (smeden) De club in het geheim een nieuw plan.

10) (aanrichten) De tornado een enorme schade aan!