Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 008

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (raden) Niek als eerste wat we op het feestje gingen doen.

2) (beweren) De directeur dat iedereen meer zou gaan verdienen.

3) (sproeien) Tijdens de brand de sprinklers water.

4) (verdraaien) Ik mijn knie tijdens die zware training.

5) (loeien) De koeien toen ze gemolken moesten worden.

6) (reageren) De juf goed op de onverwachte situatie.

7) (verraden) De spion de plannen aan de vijand.

8) (rekenen) We erop dat jij een bal zou meenemen.

9) (starten) Gisteren er ongeveer 200 wielrenners in de Tour de France.

10) (vermoeden) De kinderen dat de meester een grap ging uithalen.