Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 007

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (schuifelen) De menigte langzaam naar binnen.

2) (starten) Marit en Niels snel met de weektaak.

3) (duwen) Boos Jan zijn tafel naar achteren.

4) (schaden) De overvloedige regen de oogst van dit seizoen.

5) (strooien) Rijkswaterstaat de hele nacht zout toen het gesneeuwd had.

6) (verwachten) De coach dat ze deze wedstrijd eenvoudig zouden winnen.

7) (beboetten) De politie de wandelaars die door rood liepen.

8) (grommen) De herdershonden gevaarlijk naar mij.

9) (oogsten) De directeur veel kritiek door zijn optreden.

10) (zweten) De sporters toen ze bij de finish aankwamen.