Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 006

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (branden) De kaarsen de hele avond.

2) (tellen) De juf of alle kinderen in de bus zaten.

3) (snoeien) De tuinman de heg van de paleistuin.

4) (samenvatten) Nikki het verhaal voor ons samen.

5) (rennen) Alle kinderen naar buiten toen het drie uur was.

6) (redden) Christiaan het niet om nog op tijd te komen.

7) (pletten) De meester de tekeningen onder een stapel boeken.

8) (saboteren) De coureur de inhaalactie van zijn concurrent.

9) (aankaarten) Mijn moeder het probleem op school aan.

10) (tekenen) Rembrandt dingen die hij om zich heen zag.