Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 005

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (hechten) Ik veel waarde aan die oude spullen.

2) (spelen) In de pauze veel kinderen voetbal.

3) (spurten) De passagier naar het juiste perron.

4) (praten) Tijdens de voorstelling er niemand meer.

5) (landen) De vliegtuigen niet door de sterke wind.

6) (zaaien) jij de tomaten in maart of april?

7) (vermoeden) We al langer dat er iets niet klopte.

8) (verwennen) Oma haar kleinkinderen altijd.

9) (posten) je de brief nog voor de brievenbus werd geleegd?

10) (gillen) Arend hard toen de deur plotseling open vloog.