Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 004

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (wonen) Op dat eiland lange tijd geen mensen.

2) (bezetten) De vijand het oostelijke deel van de stad.

3) (maaien) De boer het weiland voor het ging regenen.

4) (loten) De spelers om te bepalen wie er mocht beginnen.

5) (kauwen) Ik lang op het taaie vlees.

6) (antwoorden) De gast toen de interviewer haar wat vroeg.

7) (betalen) Na het etentje iedereen apart de rekening.

8) (instorten) De oude fabriek met veel lawaai in.

9) (haasten) Gisteren we ons om op tijd op school te zijn.

10) (omrollen) De hond om toen zijn baasje op de fluit blies.