Werkwoorden verleden tijd - zwak (geen kofschip) - 002

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (uitdelen) Het jarige meisje haar traktaties uit.

2) (knetteren) Het vuur in de open haard.

3) (liften) De twee jongens door heel Europa.

4) (haten) De ridder zijn aartsvijand.

5) (melden) Ik me bij de conciërge.

6) (horen) jij dat geluid ook?

7) (trachten) De inbreker de deur open te maken.

8) (opletten) De student goed op tijdens het college.

9) (gooien) De werper de bal naar de slagman.

10) (lusten) Hij bijna alles!