Werkwoorden verleden tijd - zwak - 009

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (vissen) Niels naar een complimentje bij de juf.

2) (grazen) De schapen op de uitgestrekte heidevelden.

3) (tekenen) De profvoetballer een nieuw contract bij zijn club.

4) (vervuilen) De oude fabrieken het water in de rivier.

5) (uitputten) We de tegenstander uit en daardoor wonnen we uiteindelijk.

6) (verbrijzelen) Met een klap de machine de grote steen.

7) (bedoelen) Als ik wist dat je mij was ik wel eerder gekomen.

8) (leiden) De voorzitter vorige week de vergadering.

9) (eindigen) Mijn broer en ik bij de hardloopwedstrijd als laatste.

10) (wachten) Er hem een zware beproeving.