Werkwoorden verleden tijd - zwak - 002

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (draaien) de dj de hele avond muziek?

2) (blaffen) De waakhond toen de deur open ging.

3) (roven) De vikingen tijdens plundertochten.

4) (verspreiden) De vieze geur zich over het terrein.

5) (gebeuren) Er die avond maar erg weinig.

6) (raden) De klas waar de schoolreis naar toe zou gaan.

7) (werken) bij de kolenmijnen veel mensen?

8) (landen) De helikopter op het dak van de wolkenkrabber.

9) (beleven) We daar een spannend avontuur.

10) (instorten) De toren die we bouwden opeens in.