Werkwoorden verleden tijd - sterk - 008

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (bijten) Tara gulzig in de eierkoek die ze kreeg.

2) (vallen) Er geen eer aan te behalen.

3) (verslinden) De wolven de prooi die ze hadden gevangen.

4) (vechten) De bokser 12 rondes voordat hij opgaf.

5) (nemen) De meeste gasten zelf een slaapzak mee.

6) (slaan) Bij honkbal ik voor het eerst een homerun!

7) (aantreffen) We de andere kinderen aan bij de verzamelplek.

8) (krijgen) Maaike er genoeg van dat ze steeds alles alleen moest opruimen.

9) (wrijven) Na de vervelende val ik over mijn pijnlijke knie.

10) (worden) We tijdens 1 april voor de gek gehouden door onze meester.