Werkwoorden verleden tijd - sterk - 007

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (doorverwijzen) De huisarts mijn vader door naar een specialist.

2) (verbieden) De agenten het publiek om door te lopen.

3) (kluiven) De hond uren op zijn bot.

4) (slijpen) Sjors en Aafke alle potloden van de klas.

5) (laten) Bij de brandoefening we onze jassen in de gang hangen.

6) (breken) Voor het kampvuur de kinderen de takken.

7) (stinken) Door de omgevallen vrachtwagen het enorm.

8) (aanwijzen) De juf drie kinderen aan die haar mochten helpen.

9) (vergeten) Henriëtte dat het vandaag haar beurt was om een spreekbeurt te houden.

10) (krimpen) De truien in de hete was.