Werkwoorden verleden tijd - gemengd - 008

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (maken) Tim in de laatste minuut van de wedstrijd nog een doelpunt.

2) (wachten) De fans tot de poort van het stadion openging.

3) (inruilen) Marissa haar oude auto in voor een nieuwe.

4) (worden) er vandaag boetes uitgedeeld voor te hard rijden?

5) (schrijven) De leerlingen de aantekeningen op in hun schrift.

6) (sprinten) Iedereen naar het sportveld toen we vrij waren.

7) (plaatsen) De bakkerij een advertentie in de lokale krant.

8) (beven) De vloer toen we er met zijn allen op stampten.

9) (verkennen) Voor we de speurtocht hielden, we de route.

10) (hebben) Waarom je geen gymspullen bij je?