Werkwoorden verleden tijd - gemengd - 006

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (dulden) De tennisser geen tegenstand tijdens de finale.

2) (gaan) We allemaal naar de voorlichtingsavond.

3) (boksen) De keeper de bal uit de rechterhoek.

4) (poetsen) Toen we moesten opruimen, hij de plaat.

5) (verkleden) Op de dag van het schoolfeest alle kinderen zich.

6) (bezoeken) jullie veel musea in de vakantie?

7) (afstoffen) De schoonmaker alle planken af.

8) (stoeien) De jonge hondjes met elkaar tot ze moe werden.

9) (uitgeven) Hoeveel geld jij uit op de kermis?

10) (uitmesten) De boer de stal flink uit.