Werkwoorden verleden tijd - gemengd - 005

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (tasten) Ik in het donker naar het lichtknopje.

2) (afdalen) Na het bereiken van de top de klimmers voorzichtig af.

3) (drijven) In het vervuilde water veel plastic.

4) (bekleden) Gisteren we de oude bank met nieuwe stof.

5) (vastgespen) De chauffeur zijn veiligheidsgordel vast.

6) (zinken) De moed hem in de schoenen toen de deur dicht sloeg.

7) (eisen) De directeur een verklaring voor de tegenvallende resultaten.

8) (verhuizen) Afgelopen zomer Liam naar een kamer op zolder.

9) (ronddolen) We rond in de verlaten fabriekshal.

10) (rondzwerven) We dachten dat er iemand rond het huis .