Werkwoorden verleden tijd - gemengd - 002

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (beantwoorden) Voordat ze de computer afsloot ze nog een e-mail.

2) (vermijden) Ik dat donkere steegje.

3) (haasten) jij je om op tijd te komen?

4) (horen) We je niet aankomen.

5) (worden) Tijdens de uitverkoop er veel verkocht.

6) (schreeuwen) De agent dat we opzij moesten gaan.

7) (groeten) Toen hij voorbij liep hij me.

8) (bevriezen) De sloten afgelopen nacht.

9) (besteden) De jongen al zijn geld aan snoep.

10) (laten) Ik de oude man voorgaan.