Werkwoorden verleden tijd - gemengd - 001

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (smijten) Hij woedend zijn racket op de grond.

2) (praten) We de hele avond over wat we zouden doen.

3) (verwoesten) De bommen bijna de hele stad.

4) (werpen) jij die bal naar mij?

5) (verdoven) De dokter de patient.

6) (vervuilen) Het schip de zee met olie.

7) (schudden) Tijdens het bruiloft we veel handen.

8) (vallen) je door die losliggende tegels?

9) (eisen) De klant dat de problemen zouden worden opgelost.

10) (doen) iedereen mee aan het toernooi?