Werkwoorden tegenwoordige tijd - enkelvoud - 004

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (weten) Nadia niet waar we vanmiddag naar toe gaan.

2) (strijden) Die politieke partij al lang voor gelijke rechten.

3) (klappen) Het publiek straks vast wel na het optreden.

4) (poetsen) Mijn opa met een borstel zijn stoep schoon.

5) (raden) Ik nooit wat het antwoord is.

6) (vrezen) De politie dat de betoging uit de hand gaat lopen.

7) (stelen) Het kleine kind in de winkel een snoepje.

8) (melden) Als je het op tijd kom ik je ophalen.

9) (beloven) Ik dat ik morgen op tijd ben.

10) (duwen) Frans zijn vader in het zwembad.