Werkwoorden tegenwoordige tijd - enkelvoud - 001

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (branden) Straks ik mijn vingers nog!

2) (sluipen) De kat zachtjes door het hoge gras.

3) (bonzen) Mijn hart in mijn keel.

4) (indrukken) Marloes het knopje van de lift in.

5) (bieden) Niemand tijdens de veiling op het schilderij.

6) (bevallen) Hoe het je in je nieuwe huis?

7) (lezen) Voor het slapen gaan ik altijd nog even.

8) (worden) jij de aanvoerder van het voetbalteam?

9) (blazen) De wind hard tegen onze tent.

10) (storen) Het me dat jij je niet inzet voor deze taak.