Werkwoorden tegenwoordige tijd - een ander - 009

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (bevrijden) De brandweer de mensen uit de kapotte lift.

2) (sloffen) Klaas van zijn bed naar de badkamer.

3) (overnachten) Mijn hele familie dit jaar tijdens Kerstmis bij ons.

4) (bruisen) De cola over de rand van het glas.

5) (kwetsen) Met die opmerking hij veel mensen in de zaal.

6) (broeden) Er een zwaan in de groenstrook bij het fietspad.

7) (kopen) Zorg ervoor dat je op tijd een agenda .

8) (gaan) Wanneer de klas naar de gymzaal?

9) (zweven) De vlieger hoog boven ons in de lucht

10) (scheren) Mijn vader zich elke ochtend voor het ontbijt.