Werkwoorden tegenwoordige tijd - een ander - 007

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (vinden) Als je iets moet je dat daar inleveren.

2) (toestaan) De scheidsrechter niet toe dat we ruw spelen.

3) (ruiken) Waarom het binnen zo naar eten?

4) (bedriegen) Als je mij , speel ik niet meer mee.

5) (verzenden) je die verjaardagskaarten nu al?

6) (rijden) De lange rij met auto's langzaam bij de plek van het ongeluk.

7) (bederven) Het eten als je het niet in de koelkast legt.

8) (stompen) Lasse hard op de schouder van zijn vriendje.

9) (proberen) Wanneer je het , lukt het je best.

10) (meedoen) Guus morgen ook mee met de wedstrijd?