Werkwoorden tegenwoordige tijd - een ander - 003

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (spelen) De pianist een nieuw muziekstuk.

2) (blijven) jij vandaag ook over?

3) (leiden) De aanvoerder het team naar de overwinning.

4) (starten) De auto niet door het koude weer.

5) (kleven) Er kauwgum aan mijn schoen.

6) (reizen) Floortje de hele wereld rond.

7) (worden) je nu alweer boos?

8) (geloven) er iemand dat dit waar is?

9) (eisen) Het slachtoffer een schadevergoeding.

10) (bloeden) De wond van de soldaat hevig.