Werkwoorden tegenwoordige tijd - een ander - 001

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (pakken) De vuilnisman de zak op.

2) (raden) Jij nooit wat ik heb gedaan.

3) (leven) Hoe lang een hamster ongeveer?

4) (gaan) Het prima met ons team.

5) (houden) je er niet van om vroeg op te staan?

6) (schudden) De wasmachine hard heen en weer.

7) (verven) je vader vanmidddag de muren van je kamer?

8) (worden) je ook zo moe van dat gezeur?

9) (bonzen) Er iemand hard op de deur.

10) (rijden) De bus net weg.