Werkwoorden tegenwoordige tijd - alle vormen - 007

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (verdienen) De kinderen het om vanmiddag vrij te zijn.

2) (vrezen) De brandweer dat het gebouw niet te redden is.

3) (voorbereiden) Jullie je goed voor.

4) (worden) je volgende week geopereerd aan je arm?

5) (beleven) Tijdens de vakantie ik vast weer spannende avonturen.

6) (ophouden) Je nu op met er doorheen te praten.

7) (beseffen) We dat we hiermee veel schade hebben aangericht.

8) (gaan) Het enorm goed vandaag!

9) (arriveren) het vliegtuig vanmiddag op Schiphol?

10) (slingeren) Mijn sleutels hier ergens rond.