Werkwoorden tegenwoordige tijd - alle vormen - 005

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (lezen) Iedereen in de klas vandaag een strip.

2) (worden) nou eindelijk eens wakker!

3) (werken) Lia hard om een goed cijfer te halen.

4) (beseffen) je wel dat je veel geluk hebt gehad?

5) (schudden) De trein heen en weer.

6) (verkleden) Hoe jij je tijdens carnaval?

7) (fietsen) Als je hard kan je nog op tijd komen.

8) (bieden) je buurmeisje aan om op te passen?

9) (geeuwen) Jorn de hele tijd omdat hij te laat ging slapen.

10) (uitbreiden) Ik mijn verzameling niet meer uit.