Werkwoorden tegenwoordige tijd - alle vormen - 004

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (blozen) Elise als ze voor de klas moet komen.

2) (bedenken) Als we een goed plan lukt het wel.

3) (vriezen) In de winter de vijver dicht.

4) (kneden) je het deeg met je handen?

5) (suizen) De wind hard om het huis.

6) (testen) Michael of de brug stevig genoeg is.

7) (smijten) niet zo met die deur!

8) (spelden) je broer je iets op je mouw?

9) (vind) Ik dat een prima idee!

10) (strijden) Het team hard voor de overwinning.