Werkwoorden tegenwoordige tijd - alle vormen - 003

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (blaffen) De waakhond altijd heel erg snel.

2) (vinden) je trainer het goed dat we vandaag eerder beginnen?

3) (verhuizen) De familie naast ons volgende week.

4) (sporten) De kinderen bijna elke dag.

5) (woeden) Er een hevige brand in het centrum.

6) (geven) niet op!

7) (blijven) Ik vanavond heel lang op.

8) (zich vergissen) Hij zich bijna nooit.

9) (verbranden) je straks die houtblokken?

10) (beleven) De klas een spannend avontuur tijdens de schoolreis.