Werkwoorden tegenwoordige tijd - alle vormen - 002

Vul de werkwoorden in. Klik dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Klik hier voor het werkwoordenschema.

Klik hier voor meer oefeningen.
1) (lopen) De kinderen op straat.

2) (worden) jij ook wel eens gepest?

3) (blijven) Mijn vriend dit weekend bij mij logeren.

4) (gaan) Ik wil dat je nu naar huis .

5) (houden) Wie er nou niet van taart?

6) (vragen) We mogen hem alles .

7) (verven) Mijn moeder het kastje geel.

8) (rijden) je vader ook mee naar de sportwedstrijd?

9) (hangen) Het schilderij aan de muur scheef.

10) (schreeuwen) niet zo!