Werkwoorden - tegenwoordige tijd
Oefening 1


Vul de werkwoorden in. Druk dan op "nakijken" om de antwoorden te controleren.

Boven deze oefening staat een video met uitleg over de werkwoordspelling.
Onder de oefening staat een video waarin de antwoorden worden uitgelegd.

Klik hier voor het werkwoordenschema.
1) (bakken) Mijn vader een lekkere taart.

2) (praten) Ik soms te veel in de klas.

3) (branden) het vuur nog steeds?

4) (blazen) De tweeling de kaarsjes uit.

5) (lezen) We niet altijd de handleiding.

6) (blijven) jij ook nog even hier wachten?

7) (worden) Ik morgen 11 jaar oud.

8) (pakken) allemaal je pen.

9) (dansen) Het echtpaar op de dansvloer.

10) (worden) je daar ook zo moe van?